De ziekte k.
Ik gun iedereen graag de ruimte voor een eigenaardigheid en hoef daar ook niet zo nodig iets van te vinden tenzij het een verder strekkende betekenis heeft. Dan doe ik mijn mond er wel over open. Zoals mij nu overkwam en ik werkelijk niet wist waar ik met mijn verbazing heen moest over gedrag wat mensen zich aan kunnen meten. Maar nog een keer, zonder hen het recht ontzeggen op die bijzonderheid, op hun doen en laten in die voor hen zo specifieke en ook bedreigende situatie. Laat dat vast gezegd zijn. Wat niet wegneemt dat ik met stomheid geslagen blijf. Om bij het begin te beginnen is helderheid over mijn eigen plaats wel zo vereist. En die is dat ik de laatste jaren verschillende malen behoorlijk onzacht in aanraking ben gekomen met de ziekte kanker. Tien jaar geleden stierf een zwager van mij eraan, drie jaar terug mijn zuster en kort daarna kwam het nog dichterbij en hebben we het kwaad dat kanker is en zoals dat zich bij mijn dochter Joyce openbaarde, nog steeds niet bedwongen. Maar we zijn er hardop en openlijk met elkaar, met vrienden en bekenden over blijven praten, waarschijnlijk omdat we er vaker mee te maken hebben gehad, maar zeker om de pijn en de spanning zo pratend met iedereen wat kwijt te raken. Waarbij wij de indruk hebben gekregen dat deze openheid door ieder op prijs werd gesteld getuige het gemak en de snelheid waarmee steeds bij ons naar de stand van zaken rond Joyce werd en wordt geïnformeerd.
The best of both worlds leek het ons, wat de praktijk voor ons gevoel dus ons ook bewees. En het was eigenlijk ook meer dan normaal, zo vonden wij tot de dag van gisteren toen wij tot onze stomme verwondering werden geconfronteerd met het verhaal van iemand die ook aan kanker leed, maar het woord niet over de lippen kreeg noch over de ziekte zelf wilde praten, zonder dat duidelijk werd om welke reden die geheimzinnigheid werd betracht. Kennelijk was het grote taboe op de ziekte die ooit slechts k werd genoemd, nog steeds niet geslecht. Of was dit het ritueel dat je met het zwijgen erover, het doodzwijgen dus, het kwaad dat k heet, de kop ingedrukt krijgt? Of is dit het ontkennen van een werkelijkheid dat struisvogels zo eigen is en zo de hoop doet ontstaan dat het allemaal misschien toch mee zal vallen? Jaren vijftig bij ons om de hoek, constateerden wij vol ongeloof, bij mensen van onze eigen generatie, waarvan je mocht verwachten dat ze met de tijd mee zijn geëmancipeerd en dus alles vrij onder ogen durven en kunnen zien en daarom ook bespreekbaar maken. Aan hen lijkt al die tijd niet besteed geweest, zoals je je tegelijk kunt afvragen of zij hun leven wel hebben geleefd.






















Laatste reacties